02-02-06

dag 1

Vooraf....

Luk:”Toen mijn broer Peter op een mistige dag de beslissing nam om een fietsreis te ondernemen naar Compostela, was ik verwonderd. Wat was zijn doel, wat was zijn bedoeling, waar wilde hij heen?  Ik weet nu nog steeds niet wat zijn motief was; maar hij ging ervoor! Peter verkocht zijn oude ‘Batavus’ voor een prikje aan mij en schafte zich een nieuwe fiets aan. Was dit al een teken voor onze latere reis samen?  God mag het weten! Nauwgezet volgde ik hem op zijn voorbereidingen. Als een volwaardige pelgrimsreiziger bereidde hij zich optimaal voor. Het allerbeste materiaal werd aangeschaft. Ik herinner me nog steeds het moment toen Peter vol trots zijn nieuwe fiets kwam tonen. Wekenlang bereidde hij zich voor met fietstochten in weer en wind. Ik hield hem op een paar tochten gezelschap. Ik had enorm veel respect voor hem en stiekem wilde ik in mijn binnenste wel mee. We gingen zelfs twee dagen fietsen in het Eifelgebergte (Duitsland) om Peters benen te testen in het hooggebergte. Tot de dag gekomen was om te vertrekken. Héél wat vrienden en familie kwamen Peter uitwuiven aan de abdij van Averbode. Om Peter te steunen fietste ik de eerste dag met hem mee tot Dendermonde. Ik denk dat ik één van de redenen was waarom Peter de volgende dag de tocht voor bekeken hield. Mijn spaken plooiden op weg naar Heist-op-den-berg en na Mechelen kreeg ik een lekke band. Omdat we geen fietsmakers waren, leverden die problemen heel wat moeilijkheden en gevloek op. Na heel wat gesukkel reden we Dendermonde binnen. We gingen een kerkje bezoeken. Toen ik Peter erop wees dat zijn fiets niet op slot was, antwoordde hij: ‘ik zou het niet erg vinden dat mijn fiets gestolen wordt, dan kan ik morgen tenminste weer naar huis.’

De volgende dag stond Peter inderdaad bij mijn deur om zijn thuiskomst te melden!  Ik begreep hem wel maar vond het toch wel spijtig. Een jaar later, na overleg met mijn vrouw Tine, stelde ik Peter voor om samen de tocht te ondernemen. Hij geloofde me niet echt, maar na wat aandringen besloten we de tocht in het Heilig Jaar 2000 te doen. Wanneer een vriend van Peter, Benny, ook meewilde, startten onze voorbereidingen op de Camino in 1996.

Na onze tocht naar Santiago begrijp ik hem veel beter. Ik zou deze tocht ook nooit in mijn eentje aankunnen. Op onze tocht waren we nooit alleen. Je hebt de steun van elkaar. Al was het maar om even te klagen over het weer. Het was een grote ervaring.”

 

Peter:’In 1995 deed ik een poging  om alleen richting Santiago te fietsen.  Het liep uit op een mislukking wegens té alleen, heimwee,  enz….   Ik had mijn dromen opgeborgen tot….  Op een zondag liet Luk, mijn broer, blijken dat hij wel ‘zin’ had in zo’n tocht naar Santiago.  Toen bleek dat hij dit ernstig meende, werd ik stilaan enthousiast en stelde voor om in het jaar 2000 te gaan.  Afspraken werden gemaakt.  We spaarden maandelijks een bedrag van 500 BEF… Enkele weken later sprak ik erover met mijn vriend Benny.  Benny, die sinds mijn vorige poging heel veel interesse had voor de tocht, wilde dadelijk mee.’

 

Peter nam de praktische voorbereiding van de tocht voor zijn rekening. Hij stippelde de route uit, zocht info i.v.m. hotels, campings…  Ook volgde hij avondschool Spaans.  Benny bekommerde zich om het technische gedeelte.  Hij verdiepte zich in de geheimen van de fiets.  Van zijn schoonbroer kreeg hij  geneesmiddelen.  Voor elk kwaaltje toverde hij het passend middeltje tevoorschijn.  We voelden ons in goede handen! Luk bekommerde zich om het financieel gedeelte van de tocht.  Zoals een goede huisvader betaamt, zorgde hij dat we ruimschoots toekwamen.

Tijdens de jaren die volgden, werd er materiaal (fietsen, fietszakken, kleding, tenten, …..) aangekocht en werden we lid van het Vlaams Genootschap (kwestie van een geloofsbrief vast te krijgen). Benny en Peter gingen met hun zonen elk jaar op fietstocht.  Zo werd het materiaal getest en kregen we meer ervaring in het op reis gaan met een fiets. Het laatste jaar maakten we samen, elke zondagvoormiddag, sterk doorgedreven fietstochten van ongeveer 50km.  Hoe meer augustus 2000 naderde, hoe reëler de tocht voor iedereen werd.  Zeker voor de echtgenotes!!  Eén probleem bleef bestaan. O.w.v. de tijd werd Saint-Jean-Pied-de-Port als startpunt gekozen.  Hoe daar geraken??  Eerst werd gedacht aan een collega van Peter.  Etienne was bereid ons te brengen en te halen. Maar echt concreet werd dit nooit, trouwens de auto van Etienne was niet geschikt….  Toen Benny erover sprak met zijn nonkel Paul, was die dadelijk enthousiast.  We zouden hem 40.000 BEF ter beschikking te stellen om ons te brengen en te halen.  Dit was, zo vonden we toch, voor beide partijen een gunstige regeling.  Paul ging op zoek naar een mobilhome, maar de prijzen bleken te hoog.  Ten einde raad besloot Paul zelf een mobilhome te bouwen! Hij kocht een oude bestelwagen en een caravan.  Het knutselen kon beginnen.  Wat Paul er uiteindelijk van maakte was prachtig.  Op het laatste moest hij, bij wijze van spreken, dag en nacht werken, maar hij geraakte klaar.  Voor de reis, gingen Paul en echtgenote Gerda proefrijden in … Spanje! 

 

Luk:”Een jaar voor onze reis begon, kwamen we een paar keer samen bij Benny en Peter. Peter stelde de reisroute voor, ik schetste de financiële situatie en Benny studeerde fietsologie. Peter verzamelde héél wat naslagwerken en het lezen ervan kon beginnen. Ondertussen surften we op het internet om ervaringen van andere pelgrims te lezen. We stelden vast dat er op het internet heel wat degelijke en interessante informatie te vinden is. Tijdens de laatste vergadering, met Pol en Gerda, kwam de camino wel heel kort bij. We stelden ons heel wat problemen voor en bespraken samen hoe we deze konden oplossen. Onze honger steeg. Nog vier weken en onze tocht kon beginnen.”

 

Zo stopte aan de Russelenberg op vrijdag 29 juli een prachtige mobilhome….  Het avontuur kon beginnen……  Benny (Raleigh), Luk (Giant), Peter (Giant) en Paul en Gerda (enthousiaste begeleiders) waren  er klaar voor.

 

Vrijdag 28 juli 

De tocht naar Saint-Jean-Pied-de-Port (dag 1)

 

 

Benny:’Paul en Gerda kwamen langs om 21.00u.  Daarna zouden we Peter en Luk oppikken.  Tot mijn grote verrassing kwamen heel wat familieleden mij uitwuiven.  Wuivend vertrokken we naar Looi….’

 

Peter:’We hadden afgesproken op de Russelenberg om 21.30u. Om 18.00 u. gingen Myriam en ik  zoon Jan afhalen op zijn vakantiewerk.  Als afscheid gingen we samen iets eten. Maar de maaltijd liet op zich wachten, zodat we er doodzenuwachtig van werden!  Na het eten vlug naar huis, pakken naar beneden gesleurd, spiegel opgehangen in de slaapkamer (de schilder was die dag pas klaar….), en daar waren Luk, Tine en Wardje al.’

 

Om 21.15u. stoppen Paul, Gerda en Benny met de mobilhome.  Benny is al afgehaald en zijn pakken zijn reeds in de wagen.  Alles wordt ingeladen, de fietsen op de mobilhome geïnstalleerd (waar er problemen zijn met de fiets van Peter!).  Iedereen is stil en zenuwachtig.  Donkere wolken dreigen in de lucht.  Gerda hanteert de videocamera.

Afscheid nemen valt ons zwaar. Zelfs Ward realiseert zich plots dat zijn Papa weggaat….

 

Luk: ‘Ward beseft dat zijn papa een tijdje weg is.  Als hij ziet dat mijn fietstas ingeladen wordt en dat mijn fiets achter de mobilhome wordt gemonteerd, begint hij stilletjes te wenen.  Hij laat me niet los.  Ik troost hem en zeg dat papa vlug weer thuis is.  Ik kijk Tine aan en na een korte tijd beseffen we dat de tocht naar Compostela echt begonnen is.’

 

Peter:’Jan loopt nog even achter de wagen aan; ik zie nog een glimp van hem;  het afscheid is definitief…  Dit gaat me niet goed af.’ 

 

Er heerst stilte in de mobilhome, de sfeer is niet echt….  Iedereen zit nog met gevoelens van afscheid….  Deze moeten eerst verwerkt worden. Dit proberen we door te ‘kwajongen’. Een kaartspel dat Benny ons aanleert.  Pol rijdt over Diest.  De regen gutst uit de hemel.  Bliksemstralen begeleiden ons naar Brussel.  Later die avond krijgt Peter het bericht dat een bliksemstraal zijn woning heeft getroffen en zo zijn telefoon voor een paar dagen heeft stuk gemaakt.  Een voorteken of toeval? 

 

Peter: ‘Ik vind het alleszins hallucinant.  Gelukkig blijken Myriam en Jan alles onder controle te hebben.’

 

Pol besluit over Mons, Parijs en Bordeaux te rijden.   Om 22.00 u. beslissen we te gaan slapen.  De tafel in de mobilhome wordt omgetoverd in een tweepersoonsbed. Wat een luxe!  Benny en Luk slapen hierin.  Peter neemt zijn matje en gaat op de grond liggen.  Paul en Gerda zouden de nacht doorrijden. 

 

Peter: ‘Ik slaap heerlijk.  Eenmaal word ik even wakker tijdens een file in Parijs…. Nu ik mijn ogen voor de tweede keer opendoe is het al 9.00 u. ’s morgens!’

 

Luk: ‘Benny en ik staren wat rond, zoeken een geschikte slaaphouding, maar de slaap komt niet.  Het is wel raar.  Tine en Ward thuislaten.  Ik begin hen al te missen.  Rond 01.30u. hoor ik Pol vloeken: file op de ring van Parijs.  Het is goed halfdrie als we weer goed kunnen doorrijden. Na een sanitaire plasstop vind ik eindelijk de slaap.’ 

 

We slapen tot 9.30u. en stellen met vreugde vast dat we net voorbij Poitiers zijn.  Het is nog steeds bewolkt.

 

santiago 3

 

22:15 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.