04-02-06

dag 3

Zondag 30 juli

Saint-Jean-Pied-de-Port - Roncesvalles

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

57.5

29.93

2.56.52

10.1

 

Om 7uur staan we – na een niet zo lekkere slaap - op.  De tenten worden afgebroken, vanaf nu een tweedagelijks ritueel. 

 

Benny:” Terwijl wij ons klaarmaken, zorgt Gerda voor de ontbijttafel.  Het ontbijt is de 4 sterren-camping waard.  Gerda en Paul vallen als gezelschap erg mee!  Laat ons duidelijk zijn…. Peter en Luk zijn aangenaam verrast door de gemoedelijkheid en behulpzaamheid van onze ‘metgezellen’.”

 

Om 9.30 uur wordt het startschot gegeven.  Na vijf jaar denken, dromen, vrezen, …. eindelijk realiteit.  We krijgen er kippenvel van….

Vandaag moeten we de Pyreneeën, die we gisteren dreigend zagen opdoemen, overwinnen.  De eerste 10 kilometers gaan vrij vlot. We rijden door een prachtig dal met klaterende beekjes.  Onderweg komen we onze eerste fietspelgrim tegen.  Met een duidelijk duimgebaar wenst hij ons succes. 

 

Luk:’Ik voel dat de Camino begonnen is.  Ik wacht aan de Spaanse grens op Peter en Benny.  Ik ontmoet een vriendelijke hond die me gedag komt zeggen.  Maar wanneer Peter en Benny arriveren, blijkt de hond toch niet zo vriendelijk te zijn.  Hij springt tegen Benny op en vertoont een typisch chauvinistisch Frans gedrag.  Ik ben te ver weg om onze buzzer (afweer tegen honden) te gebruiken.  Vloekend en stampend doet Benny de hond verdwijnen.

 

De laatste 20 kilometers zijn zéér zwaar.  Met een paar zeer steile klimmen laat de berg ons zijn beste zijde zien.

 

Peter: ’Ik heb regelmatig tegen mijn limieten aangereden.  Vooral de laatste helling (16,3%) is  zwaar.  Heel in de verte zie ik het kruis opdoemen van de top (1480m). Luk en Benny staan me daar op te wachten.  Zonder te forceren klim ik naar boven  waar ik een deugddoend applaus krijg van Luk en Benny.  Ik heb zeker 5 minuten nodig om van de inspanningen te bekomen.  Zwaar hijg ik nog na….’

 

Luk: ‘De bochten blijven elkaar opvolgen.  Telkens als ik denk, nu ben ik er, tovert de berg een nieuwe én steilere bocht.  Na 10 km klimmen wacht ik de anderen op.  Ze vinden het erg zwaar, maar zetten door.  Het wordt warmer naarmate de klim vordert.  Kleine watervalletjes en het mooie groen doen mij de steile klim even vergeten.  Na een 5-tal km besluit ik een momentje in de schaduw te rusten.  Het doet mij deugd.  Flink wat water en een mueslireep gegeten. In de dieperik zie ik Benny en Peter fietsen.  Ik wacht hen op in de schaduw.  De klim valt tegen en lijkt nooit te stoppen.  Na 16km klimmen wacht een stuk van 22,5%.  De natuur is stil en prachtig.  Telkens als ik stop, hoor ik niets.  De stilte lijkt eindeloos.  Een paar wielertoeristen vlammen me voorbij, maar na twee bochten staan ze te puffen in een schaduwplekje. Na een tweetal uur klimmen en zwoegen zie ik plotseling een kerkje met een groot kruis. Na een zeer steile klim van 300m aan 16,3 % ben ik er.  Tot mijn verbazing blijkt dit de top te zijn.  Ik zie voor het eerst wandelaars die de berg langs een kam bestijgen.  Aan het kerkje, dat gesloten is, staat een groepje toeristen fietsers op te wachten.  Telkens er één van hen binnenkomt, klinkt er een hels applaus.  Voor mij hebben ze geen applaus over….  Het weer boven op de top is prachtig.  Ik wacht op Benny, die een paar minuten later arriveert.  Peter komt iets later.’

 

Op de top bezoeken we het monument van Roeland, de trouwe dappere soldaat van Karel de Grote.  We genieten van het prachtige uitzicht en verbazen ons erover dat we boven zijn geraakt. We ontdekken naast het kerkje heel wat zelfgemaakte pelgrimskruisjes.  Benny fabriceert het onze.  Hopelijk brengt dit kruisje ons geluk.  Onze Camino is nu echt begonnen.

 

Luk: “ In de boeken over de camino valt het meermaals op dat het uitzicht op de top vaak mistig is. De fietsers klagen over de koude en de nattigheid. Wij hebben een prachtig uitzicht over de dalen en de dorpjes die onder ons liggen. We hebben heel wat geluk. Het is adembenemend.”

 

De afdaling van 2km naar Roncesvalles (962m) gaat zinderend snel.  Om 13.30u. vliegen we het dorpje binnen.  We gaan dadelijk op zoek naar een hotel. Peter haalt voor het eerst zijn school-Spaans boven. Hotel La Posada , gerund door het plaatselijk klooster, blijkt een goede keuze.  Voor 7500 peseta’s krijgen we een ruime kamer.  We wanen ons in een luxehotel.  Wanneer we onze fietsen gaan stallen, ontmoeten we een ouder Nederlands echtpaar dat de Camino rijdt met een tandem.  Ze blijken door hun beste krachten heen te zitten. Ze zijn vertrokken uit Nederland en zijn al een paar weken onderweg.  Het weer viel tegen, de wegen waren meer golvend dan vermeld in de gids, kortom…het was niet dat geweest waarover ze gedroomd hadden.  De man draagt een indrukwekkende zwachtel.  Ze willen verder rijden want ‘er is toch niets te zien en te beleven’. Peter overtuigt hen te blijven voor de pelgrimsmis met klassieke zegen.  ’s Avonds hebben we nog naast hen gezeten in de mis. 

Nadat we ons geïnstalleerd hebben in het nette hotelletje (de douche was heerlijk), besluiten we het dorpje te bezoeken.   Buiten ontmoeten we een Belgische familie uit Kortenberg.  Ze fietsen in 3 jaar naar Santiago.  Voor hen is Roncesvalles het eindpunt van het tweede gedeelte.  Volgend jaar zouden ze dan naar Santiago fietsen.  Ze wensen ons veel geluk.

We gaan naar de refugio voor een stempel.  Deze blijkt gesloten te zijn en gaat pas open om 16.00u. We krijgen honger.  We picknicken op het grasveld voor de abdij.  Een bocadillo  met een tas koffie, geprepareerd op het vuurtje van Benny.

 

Benny: ‘Ik bel naar Lydia.  Ze vertelt me dat Vake met hoge koorts bij ons thuis is geweest.  Ik ben er niet gerust in.  Ik zal straks maar eens terugbellen.’

 

We bezoeken het kerkje.  Er staat in een zijbeuk een mooie Sint-Jakob. 

 

Luk: ‘Ik stel bij het binnenkomen van de kerk vast dat er een muntapparaat hangt.  Telkens als je er geld in stopt begint de binnenverlichting van de kerk te werken.  Een leuk en creatief idee om te besparen op je energiekosten!’

 

Voor de refugio staan ondertussen heel wat pelgrims te wachten voor hun stempel.  We sluiten aan en moeten eerst een formulier invullen.  Er wordt gevraagd naar onze beweegredenen om de tocht te doen.  Dan ontvangen we eindelijk onze stempel van een vrouw die Nederlandse blijkt te zijn!

 

Luk:”Wanneer Peter zijn stempel krijgt, trek ik een foto van hem. Een man wordt plotseling boos en gebaart dat dit verboden is. Ondertussen ben ik  eigenaar van een  zeldzame foto !”

 

 

 

 

Om 17.00u houden we platte rust.De dagboeken worden bijgewerkt.  Van Benny krijgen we een magnesiumoplossing te drinken om te recupereren.  Na de rust bezoeken we het kerkhofje voor pelgrims.  We mogen niet binnen maar we zien wel dat de graven mooi versierd zijn met verse bloemen.  Nadat Luk en Benny de eerste souvenirs gekocht hebben, gaan we terug naar onze kamer.  Op Peters wereldradio horen we dat België onder een regenwolk bedekt blijft.  Wat een contrast met hier!

 Pyrenees Roncesvalles

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om 19.00 u. gaan we naar de mis. Er is een massa volk, waaronder minstens 135 pelgrims. We nemen plaats op de eerste rij naast de Nederlander, die er heel wat beter uitziet dan de eerst keer.  9 priesters komen al zingend de kerk binnen.  Iedereen is stil en geniet van hun gezang.  Al de pelgrims worden met hun nationaliteit verwelkomd.  Als we onze nationaliteit horen, zijn we best fier!  Maar onze tocht begint nog maar pas.  Onze fierheid bewaren we verstandig voor later.  Wanneer we de hostie gaan halen, knielt een Spaanse pelgrim statig neer.  We denken achteraf dat hij heel wat op zijn kerfstok moet hebben.  Zoveel devotie zijn we in België niet meer gewoon.  Na de dienst roept de priester al de pelgrims naar voor.  We ontvangen de pelgrimszegen voor een veilige tocht.  .  Een fijn moment.

We krijgen het gevoel deel uit te maken van een grote groep mensen met hetzelfde doel.  Dit groepsgevoelen doet ons wel wat.

Na de mis begeven we ons naar de telefooncel.  Het doet ons goed het thuisfront te horen…het gemis blijft.  Vlug haasten we ons naar hotel Sabrina om onze pelgrimsmenu (1000 peseta’s) te consumeren. Heel wat mensen staan te wachten.  Als we binnenkomen staan de tafels al gedekt.  Aan onze tafel wordt een Parisienne gezet, die de hele camino alleen doet.  Straffe toebak.  Wanneer Peter in zijn beste Frans vraagt wat haar beroep is, antwoordt ze: ‘Coördinateur’. ‘Ah’ antwoordt Peter ‘une chanteuse!”  Hij verstond ‘Comme Tina Turner’.  Ze kijkt heel verrast.  Heisa alom.  Wijselijk besluit Peter hier niet verder op in te gaan. Ze voelt zich duidelijk onwennig – wij trouwens ook- en probeert aan het gesprek deel te nemen.  Het is voor de eerste keer dat ze de Camino onderneemt.  Voor onze soep, onze forel, ons ijsje en wijn betalen we met plezier 1000 peseta’s per man. Na een lekker slaapmutsje op het terras – we kunnen ondertussen onze fleece goed gebruiken – gaan we slapen.  Het slapen verloopt voor Luk geweldig...  De hele nacht hebben Benny en Peter mogen genieten van zijn gesnurk!

Benny kon de slaap niet vatten o.w.v. een pijnlijke knie.  Het halve slaappilletje helpt hem niet echt.  Peter kan moeilijk inslapen o.w.v. de zenuwen. 

 

Peter: “Ik heb de eerste klim niet goed verteerd en vrees de volgende dagen.  Ik zwijg hierover en lees onrustig in mijn boek. Hoe zal het morgen verder gaan?

 

Luk: ‘Ik draai me om, laat de dag even als een film voorbijgaan, mis het thuisfront en slaap in…’

13:05 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.