05-02-06

dag 4

Maandag 31 juli  Roncesvalles – Puente La Reina

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

54.7

80.23

4.08.57

19.3

 

We vertrekken om 9.00u. nadat we in het hotel een ontbijt (geroosterd oud Frans brood) hebben geconsumeerd.  Vlak voor ons vertrok een Spanjaard per fiets, uitgewuifd door zoon en vriend.  De stemming bij hen was bedrukt.  Hun ontbijt bleef onaangeroerd staan.

Peter is nog wat zenuwachtig.  Na de moeilijke dag van gisteren twijfelt hij of hij het tempo wel zal aankunnen.  We overleggen dat we met zijn drieën zullen samenblijven. Bij zeer steile beklimmingen kan ieder zijn eigen tempo volgen.  Boven zal er dan gewacht worden.

De afdaling is van korte duur. (+/- 8km).  Naast de weg bemerken we een oud pelgrimskruis. We fietsen door een klein dorpje waar we van de riolering kunnen genieten.  Deze loopt rechts van ons, open en bloot.  In een ander dorp stopt een bus vol gepensioneerden.  Later blijkt dat ze bij elke stop een stempel vragen en op deze wijze de camino voltooien.  We nemen het hen niet kwalijk, we zijn tenslotte heel wat jonger!

De eerste beklimming van de dag brengt ons naar de Alto de Mezquiriz (960 m).  Deze klim wordt door iedereen goed verteerd.

 

Peter:’Het gaat veel vlotter dan ik gevreesd had.  Ik besef dat ik gisteren iets te klein heb geduwd en zo te veel over mijn toeren ben gegaan.  Het ritme dat ik nu aanhoud gaat veel vlotter.  Langzaam komt mijn zelfvertrouwen terug….’

 

Op de top herkennen we enkele voetpelgrims van de avond tevoren.  Ze moeten vroeg vertrokken zijn om al hier te zijn!  Daarna volgt een spectaculaire afdaling tot de tweede klim: de Alto de Erro (801m).  Ook deze klim wordt goed genomen.  We beginnen het klimmen onder de knie te krijgen.  De basis is: hou je eigen tempo aan, zonder te forceren. Wanneer je ademhaling oploopt, moet je een tandje kleiner schakelen.  Met dit in je achterhoofd kan je elke steilte nemen.  Onderweg komen we meer en meer pelgrims tegen.  We bevinden ons duidelijk op de Camino!

De volgende kilometers gaan zeer vlot.  De wind zit goed, het is mooi weer.  Benny trekt een 20tal kilometers kop.  Tegen een snelheid van 28km zoeven we naar Pamplona.  Na een steile klim rijden we rond 12.00 u Pamplona binnen.  Het is een zeer drukke stad.  En aan drukte hebben we op dit moment geen behoefte!  We zijn juist aan het wennen aan de stilte en de rust van de Camino.  Vlug  wordt besloten verder te rijden.  Het wordt warmer.  Een elektronische thermometer duidt 29°C aan.  De honger begint te knagen en we stoppen bij een bar.  De bocadillos met kaas smaken ons heerlijk.  Luk en Benny proberen het woord ‘bocadillo’ te onthouden.  We kopen er ook drie flessen water want het wordt warmer en warmer….

Na Pamplona, wacht ons een derde klim naar de Alto del Perdón.  De hitte brandt op onze hoofden!   De beklimming is zeer steil en langdurig met pieken tot 15%.  De hitte speelt ons duidelijk parten want we lijken niet meer vooruit te komen. Wanneer we een huis passeren met zwembad, willen we er alle drie inspringen, zo verlangen we naar wat verfrissing…..  Benny heeft zich niet ingesmeerd.  Het gaat hem op het eind van de dag zuur opbreken!  We vermoeden dat hij een kleine zonneslag heeft opgelopen…. Na elke beklimming zoeken we wat schaduw op om te bekomen.  De kilometers wegen zwaar door.

 

santiago 1

 

Luk:”De beklimmingen vallen me zwaar tegen. De combinatie van stijgen en hitte is op sommige momenten ondraaglijk. Ik kijk rond en zie geen enkele schaduwplek. Als we in een afdaling twee bomen zien staan, stoppen we. We genieten zalig van de schaduw. We drinken liters water en rusten even. We vinden het allemaal afmattend. Ik ben toch niet alleen.”

 

Gelukkig volgt er een afdaling naar ons eindpunt.  De snelheid geeft ons wat koelte. Samen fietsen we naast elkaar, genietend van de natuur.  Plots zien we rechts van ons een hele zwerm roofvogels.  Een indrukwekkend zicht.

In een afdaling zien we twee ligfietsers voor ons.  In het klimmen, naderen we fel, maar als het bergaf gaat, schieten ze zo van ons weg.

Na Enériz stoppen we bij Eunate.  Hier staat een beroemd monument van de Camino.  Het is een achthoekige Romaanse kapel uit de 12e eeuw.  Een arcade met 35 boogjes omgeeft de achthoekige kapel.  Net als we naar het kerkje toe willen gaan, zien we de 2 ligfietsen in de schaduw van een boom staan. We horen een wilde plons.  De hitte is zo groot, dat één van de ligfietsers (een jong meisje) in de beek springt! Het water ziet er nochtans niet appetijtelijk uit.

Peter spreekt de jongeman aan met de ligfiets.  ‘Ik denk dat jullie Nederlanders zijn.’  De jongeman antwoordt: ‘Hoe weet jij dat?”  Peter zegt: ‘Twee ligfietsen, dat kunnen alleen maar Nederlanders zijn.’  Gelach alom.

Benny vindt de Hollander maar niks.  Vooral het hautain gedrag van de jongen, bevalt hem allerminst.  We bezoeken het kerkje en bewonderen de architectuur.  Een wandelaarster houdt een siësta in de behaaglijke koelte van de  arcaden.  Ze ziet er afgepeigerd uit.  Aan één van de muurtjes zit een Spaans gezinnetje.  Ze hebben brood en chorizo bij zich.  Een heerlijk dagje uit!

Rond 15.00 u. bereiken we Puenta La Reina.  We rijden het stadje binnen en zien veel pelgrims. Sommige rusten, anderen maken eten klaar of wassen hun kleren.  Midden in het stadje vinden we een Hotel Rural.  Het is zeer mooi.  Voor 8000 peseta’s krijgen we een kamer met twee bedden. Luk offert zich op om op de grond te slapen.  Onze fietsen mogen we stallen in een donkere ruimte achter de receptie.  Na gedoucht (heerlijk!) te hebben, gaan we op verkenning.  Naast ons hotel staat een kerkje met een prachtig Sint-Jakobsbeeld.  Peter zoekt kleingeld om een kaars te branden.  In de kerk staat een bak met elektrische kaarsjes.  Als je er 25 peseta’s in steekt, beginnen er 3 kaarsjes te branden!  Kitsch op zijn Spaans?!  Authentiek kun je dit niet noemen….  Op de ‘plaza’ staat een in de haast opgetrokken arena.  Een paar dagen geleden hebben ze in het stadje jonge stieren losgelaten die  via een vooraf bepaalde weg een parcours moeten afleggen.  In de straten zijn de mooiste deuren afgegrendeld met ijzeren hekken.  Waarschijnlijk om de schade te beperken als de opgefokte stieren door de straten donderen.   De brug van de koningin is prachtig.  Het is ontzettend warm.  De hitte heeft zich vastgezet in de kleine straatjes.  Veel volk zien we niet.  De Spanjaarden houden natuurlijk hun siësta.  Welke dommerik waagt zich nu op straat?  Enkele domme toeristen natuurlijk…..  We krijgen er dorst van.  We stappen een bar binnen.  De toog ligt onderaan vol met sigaretten, papiertjes enz…  Later stellen we vast dat dit in deze streken de normaalste zaak van de wereld is.  Aan de toog hangen enkele mannen die sterke drank consumeren.  Een jongeman komt binnen.  Hij bestelt een koffie en een glas ijsblokjes.  Hij kiepert de koffie in het glas. Zo heeft hij een soort ice-koffie. Vlug drinkt hij het op.  Even vlug als hij binnengekomen is, is hij weer verdwenen. 

We gaan op onze kamer even platte rust houden.  De hitte is afmattend.

Omstreeks 18.30u gaan we op zoek naar eten.  We vinden een degelijk restaurant met  een pelgrimsmenu van 1000 peseta’s, maar we kunnen er pas binnen om 20.30u.  Om de tijd te doden, gaan we maar weer terrasjes doen.  Het drinken is er toch spotgoedkoop.  We bemerken meer en meer pelgrims…  Er wordt getelefoneerd met het thuisfront.  Het telefoongesprek doet ons deugd.

Als we het restaurant binnengaan is er gelukkig airco!  Vele pelgrims zitten aan een tafel.  De Spanjaarden telefoneren via hun GSM druk met het thuisfront. 

We bestellen ieder een pelgrimsmenu.  We krijgen pasta, vlees met frietjes en een ijs.  We krijgen nauwelijks de tijd om het ene gerecht op te eten of de waard staat al klaar met het volgende.  In een recordtempo zijn we al buiten.  Als we buitenkomen, valt de warmte op ons.  Het is nog steeds 27°C! 

Om 21.00u. bellen we met Pol en Gerda.  Ze zijn opgelucht ons te horen.  We spreken af waar we elkander morgen zullen treffen.  We maken nog een laatste wandeling door het stadje.  Midden op straat heeft een familie een barbecue geïnstalleerd.  Ze zitten zonder gêne te eten.  Iedereen, die langskomt kan meegenieten….

Om 23.00u. zijn we terug op de kamer.  Luk zit geplaagd met diarree.  Een combinatie van de hitte en koud water?  Benny stelt een pilletje voor, maar Luk wacht af tot morgenvroeg..

Benny: ‘Ik ben serieus verbrand.  Ik hoop maar dat ik geen zonnesteek heb.  Op de kamer druipt het zweet van me af.  Luk zit met diarree terwijl ik de grootste moeite heb om te gaan.  Ik ga vandaag proberen te slapen zonder slaappil.  Ik ben er moe genoeg voor.’

 

Peter valt vlug in slaap.  Zijn gesnurk houdt de anderen de hele nacht bezig.

 

Luk:”Wanneer Benny en ik ons opwinden over het gesnurk van Peter, herinner ik me een oud trucje uit mijn legertijd. Telkens Peter snurkt, fluiten we hardop. Een paar keer lukt het, maar Peter geniet zo van zijn slaap dat ons fluiten niet veel meer uithaalt.”

 

Luk en Benny kunnen de slaap maar niet vatten. De klokkentoren van het kerkje houdt de verveling weg.  Elk kwartier slaat hij één keer en elk uur vertelt hij met veel muziek hoe laat het is.  Langzaam vallen de anderen dan ook in slaap.  Op naar Logroño!!

 

 

02:12 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.