09-02-06

dag 8

Vrijdag 4 augustus  Castrojeriz - Sahagún

                  

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

49.7

90.10

4.56.29

18.2

 

Om 7 u. staan we op.  Peter en Luk hebben goed geslapen.  Benny heel wat minder.  Met wallen onder de ogen zit Benny aan de ontbijttafel.  Het is een koude nacht geweest.  Luk is er ’s nachts wakker van geworden en heeft van de kou iets warmers aangetrokken.  Peter heeft zijn slaapzak volledig dichtgeritst….  Het ontbijt is, zoals altijd, heerlijk!  We kijken omhoog en zien veel wolken.  De wind waait nog steeds in de richting van Compostela!  Naast ons zijn Miep en Henk in de weer om alles klaar te maken.  Wanneer Luk vraagt waar de tocht vandaag naar toegaat, antwoordt Henk: ‘Naar het westen.’  Luk denkt: die gaan we vandaag zeker nog zien.  Om 8.30u zitten we op onze fietsen.  We worden meteen getrakteerd op een korte maar stevige klim (tot 10%).  Daarna volgt een vrij plat stuk met af en toe een heuvel. 

 

Luk: ‘Peter en Benny hebben het voortouw genomen.  Het gaat vrij snel en voor het eerst heb ik het moeilijk.  Ik blijf een 20tal km. aanklampen.’

 

We fietsen nu over vlakke (?) wegen.  Even houden we halt aan een prachtige oude brug, eenzaam in het landschap.  De stilte is er overweldigend.  Er stopt een koppel.  De man fietst vlugger dan zijn vrouw en wacht veel te weinig op haar.  We zijn alle drie gechoqueerd.    Vlug gaat het verder naar Fromista.  Wie zitten daar op een terras?  Jawel, Miep en Henk. 

De kerk van Fromista, San Martin, is prachtig.  Ze vormt een hoogtepunt in Romaanse bouwkunst.  Hele boeken zijn er over geschreven.  We hebben geluk want het kerkje is open.  We gaan binnen en krijgen een stempel.  We wandelen wat rond en genieten van dit Romaanse kunstwerk. 

 

 

Na het bezoek, trakteren we ons op een koffie (dos cafes con leche y un cafe cortado).  We zien een opa en zijn twee kleinkinderen per racefiets voorbijrijden.  Gisteren hadden we deze Belgen ontmoet op de kampeerplaats.  Zonder bagage fietsen gaat duidelijk sneller. De papa en mama volgen hen met een mobilhome. Plots zien we Miep verschijnen.  Ze is Henk kwijt.  We wijzen haar waar we hem zopas gezien hebben.  We fietsen nu richting Carrión de los Condes.  Onderweg zien we naast de velden betonnen irrigatiekanaaltjes.  Het kan hier ontzettend heet zijn.  Vooral wandelaars vrezen dit stuk van de Camino.  Wij hebben geluk met het weer!  Naast onze weg heeft men een pelgrimsweg aangelegd.  Hij komt onnatuurlijk over.  We zien heel veel wandelaars.  Het pad wordt begeleid door paaltjes waarin een keramieken tegel verwerkt is met de Sint-Jakobsschelp als motief.  Bijna alle tegels zijn van de paaltjes gehaald. Vernielzucht door pelgrims; valt dit wel te rijmen?  We hebben er geen goed gevoel over.

Om 12 uur komen we aan in Carrión de los Condes.  We zitten halfweg op de Camino! We bezichtigen de Santa María del Camino en vragen er een stempel.  De plaza met zomerse terrasjes vormt een aangename halte.  Hier spelen we Luk bijna kwijt.  Hij wordt namelijk opgesloten in de kerk.  Gelukkig hoort de pastoor hem kloppen, zodat hij uit zijn benarde situatie bevrijd wordt.  In de kerk heeft hij wel een afbeelding bewonderd.  Een kudde stieren belaagt de Moren.  Volgens een legende moesten de Moren 100 maagden hebben.  De maagden worden gered door een horde wilde stieren.  Het middageten bestaat uit de traditionele bocadillo.  Door de zon, de gebouwen, hun kleuren, de mensen lijkt het hier wel een beetje op Mexico.  In onze verbeelding zien we Zorro over het marktplein lopen…  Om 13.00u. begeven we ons op weg naar Sahagún.  De Tierre de Campos laat ons toe vlug te rijden.  Luk is zijn inzinking van de voormiddag te boven en rijdt voorop.  We krijgen nog één klim te verwerken.  De rest is vrij glooiend.  Echt dalen komt er niet aan te pas.  Wie zien we op een bepaald ogenblik in de verte?  Juist, Miep en Henk.  Wanneer Miep ons ziet naderen, versnelt ze!  Het wordt een kilometerslange race, die gewonnen wordt door Luk.

 

Luk:”Als we Miep en Henk in de verte zien, vraag ik aan Benny of we ze gaan inhalen. Benny raadt het me af. Het past niet. Maar mijn benen weigeren en zetten de achtervolging in. Aan een rond punt net voor Shahagun hebben we ze te pakken. Als we een paar dagen later het tweetal terug in ons vizier krijgen, plaatst Benny op een brug een demarrage en laat Miep en Henk ter plaatse. Het past niet vind ik, maar het doet wel deugd”.

 

Tegenover de prachtige refugio, vinden we een hostal.  Peter gaat binnen en bestelt de kamer voor 8000 peseta’s.  De kamer is netjes.  Peter slaapt deze keer op het bijbed.  Benny en Luk krijgen het wat ruimere en comfortabele bed.  We verfrissen ons want het is nu echt warm geworden.  Benny’s gezicht is weer verbrand.  Zijn neus is reeds aan het vervellen.  Morgen niet vergeten sun-block te smeren!

 

 

Luk: ‘Ik ga alleen naar de refugio tegenover het hotel.  Ik bel naar huis om te vragen of alles goed gaat.  Tine vertelt me dat Ward me mist.  Ik mis hen ook.  Ik vertel haar dat we volgende week bijna thuis zijn.  Bij het afscheid steekt Tine me een hart onder de riem.  Blij ga ik naar de arena iets buiten de stad.  Ik hoop een echt stierengevecht mee te maken, maar ik kom een maand te vroeg.’

 

Peter:’ In de refugio bel ik naar Myriam.  Vlug informeer ik naar de toestand van mijn schoonbroer Willy.  Hij is plots opgenomen geworden met een fistel.  Het ziet er vrij ernstig uit.  Ik ben blij haar te horen…. Terwijl ik aan het telefoneren ben, zie ik regelmatig enkele verhitte pelgrims arriveren…. Ze zien er hondsmoe uit.  Af en toe strompelt er iemand me voorbij.  De voeten zijn volledig ingepakt.  Plots bemerk ik een fietspelgrim.  Vlug verdwijnt hij in het toilet met een tube zalf.  Hij zal zeker last hebben van een pijnlijk zitvlak.  Wij hebben er dankzij Benny’s wonderzalf geen last van.  Houden zo!’

 

Om 16.00u. bezoeken we snel het stadje.  We bewonderen enkele prachtige kerken.  Het is een levendige stad met heel veel pelgrims.  Af en toe zien we er enkelen slapen in een prieeltje.  Zij wachten tot de ergste hitte voorbij is om verder te trekken.  Om 18.30u rusten we in onze kamer.  We vullen de tijd met TV-kijken, dagboek aanvullen, fietstassen herpakken (Peter), enz…

 

Peter: ‘ Elke dag probeer ik mijn fietstassen te herschikken.  Vruchteloos probeer ik er een zekere orde in te krijgen.  Hopeloos.  Ik ben jaloers op Benny en Luk die daar hoegenaamd geen last van hebben.  Zij laten hun pakken ongemoeid.  Gelijk hebben ze!  Ze hebben  stiekem plezier met mijn dagelijks ritueel… Ik gun het hen van harte!’

 

Om 21.00u. eten we voor 1200 peseta’s lekker in ons hotel.  Zoals gewoonlijk gaat de bediening razend snel.  Dan gaan we de stad nog in voor een laatste terras.  In het hotel nemen we ons gebruikelijk nachtmutsje.  Achter de bar staat een drukdoende leerjongen.  Wanneer Peter iets bestelt, mompelt hij : No sé.  Peter wordt er prikkelbaar van.  De barman wordt erbij geroepen.   Hij wijst de leerjongen alles aan.  Als hij Peters fanta lemon met veel glamour ingiet en de helft ernaast morst, wordt Peter een ietwat boos.  We vergeven het hem vlug.  We lachen erom als hij vol enthousiasme met grootse gebaren de bar en de tafels poetst.  Hij is zo iemand die afgemat thuiskomt en de hele dag bezig is geweest, maar in feite niets gedaan heeft.  We praten wat bij en bereiden ons mentaal voor op zondag, wanneer Cruz de Ferro moet beklommen worden.  Bij de voorbereiding hebben we die dag aangestreept.  Om 22.00u. gaan we naar onze kamer. 

 

Luk:’ Ik probeer te slapen, maar het vele lawaai buiten én in het hotel houden me even wakker. Ik denk aan thuis.  Hoe zouden ze het maken……  Dan dommel ik in als Peter en Benny al even slapen.’

 

Benny: ‘Niet lang meer en we zullen Cruz de Ferro bereiken.  Mijn steen ligt al klaar, en die van Hannie…  Hopelijk blijft het niet alleen bij de symboliek van “je zorgen achterlaten”…. Ik ben benieuwd….’


16:37 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.