11-02-06

dag 10

Zondag 6 augustus  Hospital de Orbigo – Seo

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

58.7

114.27

6.09.18

18.5

 

Benny: ‘Om drie uur word ik wakker van de kou.  Het lijkt wel of het vriest in mijn tent.  Ik trek mijn fleece en lange broek aan.  Zo probeer ik nog wat te slapen.’

 

Om 7.00u. loopt de wekker af.  De nacht was heel koud.  Benny stapt uit zijn tent met dikke pull-over en lange broek.  Vandaag staat de koninginnenrit op het programma.  We moeten de Montes de Léon bedwingen.  Ook het thuisfront leeft mee.  Myriam en Tine gaan zelfs een kaars branden in Scherpenheuvel.  Om 8.30u. vertrekken we.  We kunnen onze bagage achterlaten want we zullen vanavond Paul en Gerda ontmoeten op de camping.  Dit scheelt toch 10kg.  Tot Astorga (20 km) gaat het redelijk vlak.  Juist voor Astorga is er een beklimming.  Luk schakelt…. En daar gaat zijn ketting…..  Is dit een slecht voorteken?  We laten het niet aan ons hart komen.  In Astorga bewonderen we het paleis van Gaudi én de kathedraal.  Tegenover de kathedraal hebben Peter en  Benny een ontmoeting met een Franciscaan.  Hij is vertrokken uit Assisi.  Hij doet de pelgrimstocht te voet én met autostop.

Ondertussen is Luk de kerk naast de kathedraal binnengegaan op zoek naar een stempel voor onze geloofsbrieven.  In de sacristie ontvangt hij er een van een priester.

Na Astorga wacht ons het serieuzere werk.  Er volgt een gestage klim tot in Castrillo de los Polvazares.  In dit volledig gerestaureerd dorpje ontmoeten we….. jawel, Miep en Henk.  Ze blijken Annie en Hans te heten!  Annie heeft haar zonnebril vergeten in Hospital, en ze vraagt ons om Paul en Gerda te contacteren, zodat zij haar zonnebril kunnen gaan ophalen.  Benny en Annie gaan telefoneren.  Het lukt.  Annie en Hans zullen Paul en Gerda ontmoeten in Molinaseca.  Daar zou een camping moeten zijn.  We nemen afscheid van mekaar. Na Castrillo, rijden we even verkeerd.  Via Pedroso, komen we weer op de camino terecht.  De weg gaat gestaag omhoog tot Rabanal del Camino.  Hier houden we onze middagstop.  We bezoeken eerst de refugio die heel mooi is.  We vinden naast het kerkje een cafeetje.  We bestellen een bocadillo en wie komen daar binnen???? Juist!  In het café hebben we nog een ontmoeting met een jong sympathiek  Brugs koppeltje.  Zij wandelen gemiddeld een 26.7km per dag.  We wensen hen nog veel succes.  Dan komt er een wandelaar het café binnen en laat zijn 1.5l fles vullen met  rode wijn.  Die zal zeker vandaag nog ver geraken!  Rond de middag vertrekken we naar Cruz de Ferro.  Alle wolken zijn in de lucht verdwenen en de thermometer werkt zich naar boven toe.  We zetten onze petten op, smeren ons nogmaals in en beginnen aan de steile klim naar Cruz de Ferro (1504m). Ze duurt ongeveer 12 km. Langs de weg staan hoge palen.  Deze markeren de weg tijdens de winter bij hevige sneeuwval.  De weg wordt sneeuwvrij gehouden omdat er een militaire post op de top staat. Zonder bagage is het klimmen een stuk lichter.  We rijden ieder kalm op eigen tempo naar boven.  Sommige stukken, op het einde, zijn zeer zwaar.  Een stijgingspercentage van 12% is geen uitzondering.

 

Luk:”Mijn benen voelen super aan. Ik probeer mezelf eens uit te testen op de beklimming. Ik haal constant 10 km per uur. Ik voel me opperbest.”

 

 

Als Luk bijna boven is, wacht hij op Peter en Benny.  Samen genieten we van het uitzicht.  Op de rug van een heuvel zien we een kudde wilde paarden staan.  Peter vertrekt.  Iets later volgen Benny en Luk.  Als zij de wilde paarden voorbijrijden, schiet er plotseling een paard de weg over.  Benny kan het nog net ontwijken. Met bonzend hart rijdt hij verder.  

Na een tweetal km fel klimmen komen we op Cruz de Ferro aan.  We laten er ons fotograferen door…..jawel, Hans en Annie.  De klim hebben we goed verteerd.  De stenen van thuis worden op de steenhoop gegooid.  Zoveel mensen die hier hun zorgen achterlaten en vertrekken met goede voornemens….  Het doet je toch wat als je die hoop stenen ziet liggen.

Na 5 minuten zien we onze mobilhome arriveren.  Ook Paul en Gerda deponeren hun steen. Eerst is er een korte afdaling, waarna er weer een steile klim volgt (Iragopas 1500m).  Luk wacht boven op Peter en Benny.  Ondertussen mag hij voor fotograaf spelen voor twee Spaanse mountainbikers.  Voor de afdaling spreken we af om de 10 km. te wachten.  Zoals afgesproken met de vrouwen thuis, doen we onze fietshelmen op.  Benny en Peter dalen beter dan Luk.  Ze zijn meteen weg.  Luk volgt iets achter hen.  Nu volgt er een spectaculaire afdaling (27km).  Ze is een van de mooie momenten van deze tocht.  Ze zit vol haarspeldbochten en diepe afgronden.  Onze remmen moeten stevig werken want het gaat soms bangelijk steil (28%) naar beneden.  De kilometers vliegen op onze tellers.   We snellen door een dorpje waar de huizen heel dicht bij elkaar staan.  De weg is er zeer smal en slecht.  Midden loopt een soort riolering.  De tijd is hier blijven stilstaan.  We denken dat we afdalen als volleerde dalers, tot Spaanse mountainbikers ons voorbij schieten.  We beseffen dat we nog veel moeten bijleren.  Luk zit aan een topsnelheid van 58km., Peter zit aan 63km. en Benny doet iets beter met 65km.  We hopen geen pech te krijgen bij deze snelheden.  We stoppen in Molinaseca.  Miep en Henk zijn er al.  Het is een romantisch dorpje.  Onder de brug stroomt een kraaknet riviertje waar kinderen met veel kabaal in plonsen. Een brug verbindt de hoofdstraat met het dorpje.  Benny gaat met zijn voeten in de rivier zitten.  Peter en Luk wachten op de blauwe mobilhome.  Paul en Gerda arriveren een tijdje later.  Miep en Henk zijn blij met de zonnebril.  Ze trakteren ons op een paar blikjes en een fles wijn.  Deze worden opgespaard voor straks.  De Hollanders vertellen ons dat hier geen camping is.  Ze besluiten hier te overnachten in een hostalletje.  Wij  beslissen verder te rijden tot Villafranca.  Deze onverwachte gebeurtenis doet ons sneller fietsen.  In Ponferrada rijden we een paar km fout.  We stoppen om te kijken hoe we moeten fietsen.  Peter is niet goed gezind en stampt met zijn voet tegen de railing langs de kant.  Het moreel is laag. Gelukkig kunnen we zeer goed met elkaar overweg.  Het maakt de band tussen ons enkel sterker.  We dalen langs een drukke weg naar Villafranca del Bierzo.  Tegen 25km gemiddeld rijden we het warme dorpje binnen. 

 

Luk: ‘Mijn ogen pikken.  Het zweet en de zonnebrandolie hebben zich vermengd en irriteren mijn ogen.  Ik bel naar het thuisfront.  Tine en Myriam zijn vandaag een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel om ons door deze zware dag te helpen.  De kaarsjes hebben zeer goed hun werk gedaan.  Daarna zijn ze samen iets lekkers gaan eten.’

 

Door contact op te nemen via de GSM ontmoeten we Paul en Gerda op de plaza.  Er blijkt ook hier geen camping te zijn!  We willen absoluut niet terugrijden.   Paul en Gerda zullen verder rijden, op zoek naar een camping.  Vinden ze iets niet te ver weg, dan zullen we er heen fietsen; anders zoeken we hier een hostal. 

 

Peter: ‘Plots telefoon van Myriam.  Er zal toch niets aan de hand zijn? Blijkt dat de buurman mijn grasmachine niet aan de gang krijgt.  Een komisch intermezzo in onze problemen.  Het relativeert.’

 

Na een halfuur, weer telefoon.  Goed nieuws!  Paul en Gerda hebben een camping gevonden in San Fiz Do Seo.  Peter neemt het voortouw en sleurt ons een vijftiental km lang naar de camping.

 

Luk:”Peter fietst stevig door. Plotseling krijg ik enorme honger. Door de problemen heb ik niets meer gegeten sinds twaalf uur. Hopelijk duurt het fietsen niet lang meer. De man met de hamer staat klaar. Gelukkig komt hij niet langs want na een paar kilometer zien we het bord van de camping.”

 

We komen aan om 19.00u. We dachten vandaag 70km te fietsen, het werden er 115 km.  De rit zelf, waar we schrik van hadden, hebben we goed verteerd (goede voorbereiding of krijgen we geoefende benen?). We hebben trouwens de hele dag schitterend weer gehad.

De camping is zeer eenvoudig en zelfs primitief.  We verfrissen ons, trakteren ons op een biertje en zetten de tenten op.  De camping is klein, niet zo netjes maar wel rustig.  We kunnen er gelukkig een menu krijgen.  Als we terugkeren is het al aan het donkeren.  Benny moet zijn tent nog opzetten.  Het lukt hem nog net in het donker.  Moe maar tevreden gaan we slapen.  Morgen zullen we het, bij wijze van rustdag, heel was rustiger aandoen…

 

 

20:24 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.