13-02-06

dag 12

Dinsdag 8 augustus   O Cebreiro - Portomarin

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

63.1

69.54

3.40.52

18.8

 

Wanneer we om 7u. wakker worden, zien we de bergen voor ons opdoemen…..  Een vijfsterren uitzicht.  We maken de fietsen, die in een garage tussen de kiekens geparkeerd waren, klaar en schuiven aan voor het ontbijt.  Het ontbijt is magertjes.  Wat oude hompen stokbrood, geroosterd in de oven.  We krijgen wat boter en confituur.  Ondertussen sijpelen er pelgrims binnen die hier ook komen ontbijten.  Na het ontbijt (er zitten nog enkele vroege pelgrims te eten aan de toog), vragen we de rekening.  En waar Peter al voor vreesde, gebeurt: we worden in het zak gezet door de bazin met moustache. (Voor 300 Bef, maar toch.)  Discussiëren helpt niet,  daarvoor is zijn kennis van het Spaans te beperkt.

Om 8.30u. zijn wij klaar. Na een korte afdaling, volgt een stevige klim naar Alto do Poio (1330m).  Hier staat een beeld van een pelgrim. Vele pelgrims houden hier halt en trekken foto’s.  Het is nog een paar honderd meter naar de top.  Als we naar beneden kijken zien we dorpjes die nog bedekt zijn door slierten wolken.  We rijden letterlijk boven de wolken.  Op de pas bevindt zich een bar.  Deze zit afgeladen vol met wandelaars die hier hun ontbijt nemen of even pauzeren.   Dan volgt een prachtige afdaling over schitterende wegen.  We halen hoge snelheden en het klooster van Samos komt in zicht.  Om 10.00u. arriveren we in het dorpje.  We drinken koffie op een terras.  Als de poorten van het klooster opengaan, vragen we in het winkeltje om een stempel.  We kopen er een kaart en een Sint-Jakobsbeeld dat we later aan Gerda en Paul zullen overhandigen als dank voor de goede zorgen.

 

Luk:”Ik wurm me in het winkeltje tussen jonge mensen naar een pater. Als ik een stempel vraag op onze geloofsbrief, begrijpt het jonge volk dat ze hier een stempel kunnen krijgen. Ik word bijna omver gelopen door een horde jongelingen met allemaal een pasje in de hand waarin de stempel moet komen.”

 

Dan klimmen we rustig tot Sarria.  Het is een heel druk stadje met een hoofdstraat.  We wandelen langs de winkeltjes.  Plotseling zien we een auto staan.  In de auto stappen 5 wandelaars.  De wandelstokken worden in de koffer gelegd.  Het zijn wandelaars die zogezegd de tocht naar Compostela doen.  Ze leggen de meeste afstanden af met de auto.  Ze zijn gemakkelijk te onderscheiden van de echte pelgrims.  De vrouwen zijn meestal beladen met juwelen, hebben design pelgrimskleren met dito hoed op, de benen zijn niet zo bruin, hun rugzak is veel te nieuw, de bagage is veel te klein en met hun eenvoudige sportschoenen kom je niet ver.  Om 11.30u. stappen we een bar binnen. We bestellen een hamburger, die na de vele bocadillos,  extra lekker smaakt.   Rond 12.30u. rijden we richting Portomarin.  Na Sarria krijgen we een lange gestage klim.  Wij rijden samen op een rustig tempo naar boven.  Het groene landschap wordt heuvelachtig.  Na 16 km hebben we de klim achter de rug.  De wind blaast nog steeds goed, maar het wordt snikheet. Het gaat voortdurend berg op en berg af….veel zwaarder dan een constante klim omhoog. Het is afzien.  We dalen schitterend tegen een hoge snelheid naar Portomarin.  De wegen liggen er als nieuw bij.  Het asfalt bolt snel.  Rond 13.30u. rijden we uitgeput over een lange brug Portomarin binnen.  Het oude Portomarin ligt op de bodem van het stuwmeer.  Het nieuwe Portomarin ligt er schilderachtig bij op de heuvel.  We informeren waar de camping ligt.  Het  is niet zo ver meer.  We rijden dadelijk door.  Om 14.00u. staan Paul en Gerda ons aan de poort, met de camera in de hand,  op te wachten.  Ze hebben goed nieuws voor Benny. Zijn pet hebben ze op de camping teruggevonden.  De hond van de camping is er waarschijnlijk mee lopen geweest.  Paul klaagt over een vervelende hond.  Hij test de buzzer uit wanneer de nieuwsgierige hond nog eens langskomt.  De hond draait zich meteen om en verdwijnt.  Wanneer Paul later de hond nog eens tegenkomt, loopt de hond weg.  Na de tenten opgezet te hebben, blijft het snikheet. De douche helpt maar even.  Benny gaat regelmatig terug.  Hij gaat zelfs zwemmen in de Rio Mino tussen de vele visjes.  Na het zwemmen gaat hij opnieuw douchen want hij stinkt naar de vis.  We houden platte rust en wachten tot de ergste hitte over is.  We hebben last van de hitte.  Hoe moeten de wandelaars zich nu voelen in de hitte?  We hebben op de fiets nog wat afkoeling door onze snelheid, maar de wandelaars moeten er door.

 

Om 17.00u. gaan Paul, Gerda, Luk en Peter naar Portomarin.  Benny is moe en rust wat uit in de schaduw van een boom.  Portomarin is zeer mooi, maar heet!!  Zelfs Paul wordt door zijn vriend de zon bevangen!  Zo heet heeft hij het nog nooit gehad.  De kerk, een soort burcht, is na de bouw van de stuwdam helemaal verplaatst naar de heuvel.  Elke steen is genummerd.  We doen wat inkopen.  In de kerk krijgen we een stempel.  Wanneer twee oude dames achter ons staan, valt hun mond open van verbazing bij het zien van onze collectie stempels. Ze knikken met respect.  Op de plaza is de gemeentelijke sporthal.  Ze dient nu als refugio.  Gerda vertelt dat de sporthal gisterenavond bijna helemaal vol lag.  We gaan terug naar de camping.  ’s Avonds wordt op de camping zeer lekker gegeten.(1600 peseta’s).  Het restaurantje is gezellig.  De rode wijn vloeit rijkelijk.  Paul, Gerda en Luk worden vrolijk.  Een eenzame Duitser zit wat verder aan een tafeltje te eten.  Hij krijgt alleen evenveel als wij met vijf.  Luk is boos.  Zelfs de radio van zijn grootvader komt ter sprake.  Wanneer onze tarte de Santiago aan tafel geflambeerd wordt, is het helemaal feest.  Het wordt een vrolijke avond.  Ondertussen is er heel wat volk bijgekomen op de camping.  Veel pelgrims.  We praten nog wat bij en gaan dan slapen in de warme tent.  Nog één lastige fietsdag en Santiago, here we come!

 

Luk:”We bekijken de Duitser en beschuldigen hem van familieverraad. Hij laat tenslotte zijn familie achter om hier te fietsen. Even later stellen we met vast dat we ongeveer in hetzelfde schuitje zitten. Dit hoofdstuk wordt wijselijk overgeslagen.”

 

Peter en Luk slapen aanstonds in.  De hitte werkt afmattend op het gestel.  Benny wordt zoals gewoonlijk wakker rond 4 uur.  Een pilletje voor de knie en even wateren.  Daarna wat woelen tot ’s morgens…..


00:01 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-02-06

dag 11

Maandag 7 augustus   Trabadelo – O Cebreiro

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

32.5

22.98

2.14.40

10.2

 

Voor het eerst kunnen we uitslapen tot 9.00u.  Rustig wordt er opgestaan.  Benny is, na zijn handschoenen, nu ook zijn pet kwijtgeraakt! We zoeken alles af maar we vinden niks. We smeren ons in tegen de zon want het belooft behoorlijk heet te worden vandaag.  Na het traditioneel omvangrijk ontbijt zitten we om 11.00u. op de fiets.  We zitten voor ons op schema en fietsen vandaag maar 22km. Het zijn wel zware kilometers want we moeten naar het bergdorp O Cebreiro.  We verlaten de hoofdweg voor een schilderachtig weggetje dat horizontaal loopt met de hoofdweg.  Onderwijl zien we reusachtige bouwwerken voor een autostrade die pas binnen een paar jaar zal klaar zijn.  Enorme bruggen verbinden de bergen met elkaar.  Alles wordt betaald met geld van de Europese Gemeenschap.  De autostrade is dus ook enigszins van ons.  Wanneer we een dorpje binnenrijden zien we, voor het eerst op de tocht, een kraampje dat allerlei camino-snuisterijen verkoopt.  Dat gaat van pins, wandelstokken, regenjassen tot ….petjes! Benny is in de wolken en koopt voor 300 peseta’s een blauw petje.  Zo’n straatwinkeltje hebben we daarna nooit meer gezien…. Voorzienigheid???  De weg kronkelt rustig omhoog door het groene landschap.  We ontmoeten vele pelgrims.  In een garage is een man wandelstokken aan het maken.  Naderhand kan hij die slijten aan passerende pelgrims én toeristen.  In Hospital Herrerias, dat op de top ligt van de Puerto Pedrafita, stoppen we voor onze dagelijkse koffie.  Wegens de hitte wordt de koffie vervangen door een frisdrank.  Een stel oude Spanjaarden zitten nu reeds met een wijntje aan de toog.  De patron haalt zijn beste Frans boven en probeert te converseren met ons.  Het enige wat we kunnen plaatsen is dat O Cebreiro nog 5km hogerop ligt. De klim is zeer steil.  De lussen volgen elkaar op. 

 

Luk: ‘Ik kruip met moeite verder.  Voor het eerst valt het klimmen me zwaar.  Meer dan 7km haal ik niet.  Met mijn pet op mijn hoofd kijk ik naar de grond en duw verder.  Wanneer het iets moeilijker wordt, voel ik de wind in mijn rug.  Sint-Jakob blaast ons letterlijk naar Compostela.  In 5km klimmen we van 630m naar 1320m.  Er zijn steile stukken bij van 18%.  Onderweg moet ik bijna even stoppen voor overstekende koeien.’

 

Peter: ‘Samen met Benny rij ik zeer langzaam omhoog.  Voor ons zie ik Luk klimmen.  Benny en ik houden het bij een gezapig tempo.  We genieten van de klim én de prachtige omgeving.  Beiden beseffen we dat dit uniek is.  Daarom proberen we dit moment zo lang mogelijk vast te houden.’ 

 

Op de top is het uitzicht indrukwekkend.  Geen enkel wolkje aan de hemel.  In O Cebreiro stoppen we bij het eerste  hotelletje. Peter gaat binnen en blijft een tijdje achter.  De huisbazin doet moeilijk.  Ze wil niet dat we met zijn drieën op een kamer liggen.  Ze stelt ons twee kamers voor.  De prijs bedraagt 14.000 peseta’s.  Peter blijft met haar praten en stelt 10.000 peseta’s voor om te kunnen slapen  in één kamer.  Ze gaat akkoord met de gedachte dat ze ons wel ergens in de zak zal zetten.  De fietsen mogen in de garage.  De kamer is prachtig (enkel het uitzicht al!), het personeel evenwel….. vettig en vuil.  Benny heeft vandaag de eer op het kinderbed te slapen…. Een plaatselijke schone (lelijk, vettig haar en gedrogeerd?) zorgt goed voor hem.  Als ze vraagt of Benny het niet te koud zal hebben vannacht, zeggen zijn ‘vrienden’: No, he is very hot and spicy…. Daar sta je dan als pelgrim.  Alhoewel de heilige Rita hier weinig van bewust is met haar ‘valium-look’.

 

 


Vanuit hun bed zien Peter en Luk het mooie dal en de blauwe lucht.

 

 

Na een verkwikkend stortbad gaan we op verkenning in het mooi gerestaureerd dorpje. We bellen het thuisfront.  We gaan friet met vlees eten in de plaatselijke dorpsherberg.  Het is er met de vele pelgrims zeer sfeervol.  We verwennen ons met een flesje witte wijn.  Na het eten kuieren we door het dorpje.  Meer dan  20 huizen staan er niet.  De winters kunnen hier guur en heel koud zijn.  Vandaag evenwel is het een stralende dag en we zien heel veel pelgrims.  De refugio ligt net buiten het dorpje.  Ze is nieuw en prima onderhouden.  We bezoeken het ingetogen kerkje op de plaza.  Peter brandt van ons geld een dikke kaars. In een lokaaltje achter het altaar krijgen we een stempel.  De kerk imponeert ons zo dat we een kwartier stil op de stoelen blijven zitten.  We bewonderen ook de hostie (legende) en het Mariabeeld van O Cebreiro.  Naast het kerkje bemerken we een standbeeld van een man die Cebreiro authentiek hield.  Hij heeft zijn werk goed gedaan.  Voor we gaan rusten, bellen we vlug naar huis.  Benny koopt in een mooie winkel een CD met Keltische muziek.  Deze muziek zou karakteristiek zijn voor deze streek.  Om 18.00u. rusten we wat in de kamer.  Peter sorteert zijn fietstassen nog eens, Benny soest wat  en Luk geniet van het uitzicht.  Hij bekijkt de reisroute en stelt vast dat we nog maar 210km verwijderd zijn van Compostela.

’s Avonds eten we in ons hotel. Heilige Rita heeft haar haar gewassen. Is ze gecharmeerd door hot en spicy Benny?  Ze blijft gedrogeerd rondlopen…..  We worden door haar vriendelijk en zeer snel bediend.  Ons dessert is nog niet op of ons bord verdwijnt al.  De witte wijn die we drinken is vrij troebel.  Ze smaakt wel.   Of ze goed is voor onze darmkanalen valt nog af te wachten.  Peter vraagt de rekening.  De bazin zegt op haar vriendelijke (?) manier, dat ze het bij de hotelrekening zal schrijven.  Peter krijgt een voorgevoel …

Na het eten wandelen we naar een terras.  We zetten ons neer en kijken naar de zonsondergang in de bergen…. Het is adembenemend.  Stil genieten we ervan!  Leven als God in …. Spanje!  We blijven zitten tot we de lichtjes van de huizen in de dalen zien aangaan en we de auto’s de berg zien oprijden met de lichten aan. 

Het is onvergetelijk.  Voldaan gaan we naar de kamer.  We verfrissen ons en gaan slapen.  We slapen met het raam open zodat we morgenvroeg door de zon gewekt zullen worden.  O Cebreiro zullen we niet vlug meer vergeten.   De rustdag was meer dan de moeite.

En ….van Annie en Henk? Geen spoor.  Zouden we ze kwijt zijn?

 

Luk:”Wanneer we bekomen zijn van de zonsondergang gaan we slapen. Als we onze gang binnengaan staat de heilig Rita op ons (Benny ?) te wachten. Ik schiet in een enorme lachbui wanneer Peter op Benny roept ‘dat ze al klaar staat’. Ze begrijpt het blijkbaar en verdwijnt zeer snel een gangetje in. We hebben haar nooit meer teruggezien. Na wat gelach op de kamer doezelen we zalig in. Later ontdek ik thuis dat er een webcam op ons terrasje is gericht in O Cebriero. Veelvuldig heb ik O Cebreiro teruggezien, genietend van het mooie dorpje.”

 

 

 

 

2433

09:49 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

11-02-06

dag 10

Zondag 6 augustus  Hospital de Orbigo – Seo

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

58.7

114.27

6.09.18

18.5

 

Benny: ‘Om drie uur word ik wakker van de kou.  Het lijkt wel of het vriest in mijn tent.  Ik trek mijn fleece en lange broek aan.  Zo probeer ik nog wat te slapen.’

 

Om 7.00u. loopt de wekker af.  De nacht was heel koud.  Benny stapt uit zijn tent met dikke pull-over en lange broek.  Vandaag staat de koninginnenrit op het programma.  We moeten de Montes de Léon bedwingen.  Ook het thuisfront leeft mee.  Myriam en Tine gaan zelfs een kaars branden in Scherpenheuvel.  Om 8.30u. vertrekken we.  We kunnen onze bagage achterlaten want we zullen vanavond Paul en Gerda ontmoeten op de camping.  Dit scheelt toch 10kg.  Tot Astorga (20 km) gaat het redelijk vlak.  Juist voor Astorga is er een beklimming.  Luk schakelt…. En daar gaat zijn ketting…..  Is dit een slecht voorteken?  We laten het niet aan ons hart komen.  In Astorga bewonderen we het paleis van Gaudi én de kathedraal.  Tegenover de kathedraal hebben Peter en  Benny een ontmoeting met een Franciscaan.  Hij is vertrokken uit Assisi.  Hij doet de pelgrimstocht te voet én met autostop.

Ondertussen is Luk de kerk naast de kathedraal binnengegaan op zoek naar een stempel voor onze geloofsbrieven.  In de sacristie ontvangt hij er een van een priester.

Na Astorga wacht ons het serieuzere werk.  Er volgt een gestage klim tot in Castrillo de los Polvazares.  In dit volledig gerestaureerd dorpje ontmoeten we….. jawel, Miep en Henk.  Ze blijken Annie en Hans te heten!  Annie heeft haar zonnebril vergeten in Hospital, en ze vraagt ons om Paul en Gerda te contacteren, zodat zij haar zonnebril kunnen gaan ophalen.  Benny en Annie gaan telefoneren.  Het lukt.  Annie en Hans zullen Paul en Gerda ontmoeten in Molinaseca.  Daar zou een camping moeten zijn.  We nemen afscheid van mekaar. Na Castrillo, rijden we even verkeerd.  Via Pedroso, komen we weer op de camino terecht.  De weg gaat gestaag omhoog tot Rabanal del Camino.  Hier houden we onze middagstop.  We bezoeken eerst de refugio die heel mooi is.  We vinden naast het kerkje een cafeetje.  We bestellen een bocadillo en wie komen daar binnen???? Juist!  In het café hebben we nog een ontmoeting met een jong sympathiek  Brugs koppeltje.  Zij wandelen gemiddeld een 26.7km per dag.  We wensen hen nog veel succes.  Dan komt er een wandelaar het café binnen en laat zijn 1.5l fles vullen met  rode wijn.  Die zal zeker vandaag nog ver geraken!  Rond de middag vertrekken we naar Cruz de Ferro.  Alle wolken zijn in de lucht verdwenen en de thermometer werkt zich naar boven toe.  We zetten onze petten op, smeren ons nogmaals in en beginnen aan de steile klim naar Cruz de Ferro (1504m). Ze duurt ongeveer 12 km. Langs de weg staan hoge palen.  Deze markeren de weg tijdens de winter bij hevige sneeuwval.  De weg wordt sneeuwvrij gehouden omdat er een militaire post op de top staat. Zonder bagage is het klimmen een stuk lichter.  We rijden ieder kalm op eigen tempo naar boven.  Sommige stukken, op het einde, zijn zeer zwaar.  Een stijgingspercentage van 12% is geen uitzondering.

 

Luk:”Mijn benen voelen super aan. Ik probeer mezelf eens uit te testen op de beklimming. Ik haal constant 10 km per uur. Ik voel me opperbest.”

 

 

Als Luk bijna boven is, wacht hij op Peter en Benny.  Samen genieten we van het uitzicht.  Op de rug van een heuvel zien we een kudde wilde paarden staan.  Peter vertrekt.  Iets later volgen Benny en Luk.  Als zij de wilde paarden voorbijrijden, schiet er plotseling een paard de weg over.  Benny kan het nog net ontwijken. Met bonzend hart rijdt hij verder.  

Na een tweetal km fel klimmen komen we op Cruz de Ferro aan.  We laten er ons fotograferen door…..jawel, Hans en Annie.  De klim hebben we goed verteerd.  De stenen van thuis worden op de steenhoop gegooid.  Zoveel mensen die hier hun zorgen achterlaten en vertrekken met goede voornemens….  Het doet je toch wat als je die hoop stenen ziet liggen.

Na 5 minuten zien we onze mobilhome arriveren.  Ook Paul en Gerda deponeren hun steen. Eerst is er een korte afdaling, waarna er weer een steile klim volgt (Iragopas 1500m).  Luk wacht boven op Peter en Benny.  Ondertussen mag hij voor fotograaf spelen voor twee Spaanse mountainbikers.  Voor de afdaling spreken we af om de 10 km. te wachten.  Zoals afgesproken met de vrouwen thuis, doen we onze fietshelmen op.  Benny en Peter dalen beter dan Luk.  Ze zijn meteen weg.  Luk volgt iets achter hen.  Nu volgt er een spectaculaire afdaling (27km).  Ze is een van de mooie momenten van deze tocht.  Ze zit vol haarspeldbochten en diepe afgronden.  Onze remmen moeten stevig werken want het gaat soms bangelijk steil (28%) naar beneden.  De kilometers vliegen op onze tellers.   We snellen door een dorpje waar de huizen heel dicht bij elkaar staan.  De weg is er zeer smal en slecht.  Midden loopt een soort riolering.  De tijd is hier blijven stilstaan.  We denken dat we afdalen als volleerde dalers, tot Spaanse mountainbikers ons voorbij schieten.  We beseffen dat we nog veel moeten bijleren.  Luk zit aan een topsnelheid van 58km., Peter zit aan 63km. en Benny doet iets beter met 65km.  We hopen geen pech te krijgen bij deze snelheden.  We stoppen in Molinaseca.  Miep en Henk zijn er al.  Het is een romantisch dorpje.  Onder de brug stroomt een kraaknet riviertje waar kinderen met veel kabaal in plonsen. Een brug verbindt de hoofdstraat met het dorpje.  Benny gaat met zijn voeten in de rivier zitten.  Peter en Luk wachten op de blauwe mobilhome.  Paul en Gerda arriveren een tijdje later.  Miep en Henk zijn blij met de zonnebril.  Ze trakteren ons op een paar blikjes en een fles wijn.  Deze worden opgespaard voor straks.  De Hollanders vertellen ons dat hier geen camping is.  Ze besluiten hier te overnachten in een hostalletje.  Wij  beslissen verder te rijden tot Villafranca.  Deze onverwachte gebeurtenis doet ons sneller fietsen.  In Ponferrada rijden we een paar km fout.  We stoppen om te kijken hoe we moeten fietsen.  Peter is niet goed gezind en stampt met zijn voet tegen de railing langs de kant.  Het moreel is laag. Gelukkig kunnen we zeer goed met elkaar overweg.  Het maakt de band tussen ons enkel sterker.  We dalen langs een drukke weg naar Villafranca del Bierzo.  Tegen 25km gemiddeld rijden we het warme dorpje binnen. 

 

Luk: ‘Mijn ogen pikken.  Het zweet en de zonnebrandolie hebben zich vermengd en irriteren mijn ogen.  Ik bel naar het thuisfront.  Tine en Myriam zijn vandaag een kaarsje gaan branden in Scherpenheuvel om ons door deze zware dag te helpen.  De kaarsjes hebben zeer goed hun werk gedaan.  Daarna zijn ze samen iets lekkers gaan eten.’

 

Door contact op te nemen via de GSM ontmoeten we Paul en Gerda op de plaza.  Er blijkt ook hier geen camping te zijn!  We willen absoluut niet terugrijden.   Paul en Gerda zullen verder rijden, op zoek naar een camping.  Vinden ze iets niet te ver weg, dan zullen we er heen fietsen; anders zoeken we hier een hostal. 

 

Peter: ‘Plots telefoon van Myriam.  Er zal toch niets aan de hand zijn? Blijkt dat de buurman mijn grasmachine niet aan de gang krijgt.  Een komisch intermezzo in onze problemen.  Het relativeert.’

 

Na een halfuur, weer telefoon.  Goed nieuws!  Paul en Gerda hebben een camping gevonden in San Fiz Do Seo.  Peter neemt het voortouw en sleurt ons een vijftiental km lang naar de camping.

 

Luk:”Peter fietst stevig door. Plotseling krijg ik enorme honger. Door de problemen heb ik niets meer gegeten sinds twaalf uur. Hopelijk duurt het fietsen niet lang meer. De man met de hamer staat klaar. Gelukkig komt hij niet langs want na een paar kilometer zien we het bord van de camping.”

 

We komen aan om 19.00u. We dachten vandaag 70km te fietsen, het werden er 115 km.  De rit zelf, waar we schrik van hadden, hebben we goed verteerd (goede voorbereiding of krijgen we geoefende benen?). We hebben trouwens de hele dag schitterend weer gehad.

De camping is zeer eenvoudig en zelfs primitief.  We verfrissen ons, trakteren ons op een biertje en zetten de tenten op.  De camping is klein, niet zo netjes maar wel rustig.  We kunnen er gelukkig een menu krijgen.  Als we terugkeren is het al aan het donkeren.  Benny moet zijn tent nog opzetten.  Het lukt hem nog net in het donker.  Moe maar tevreden gaan we slapen.  Morgen zullen we het, bij wijze van rustdag, heel was rustiger aandoen…

 

 

20:24 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |