04-02-06

dag 3

Zondag 30 juli

Saint-Jean-Pied-de-Port - Roncesvalles

 

Maximale snelheid

Afstand

Tijd op de fiets

Daggemiddelde

57.5

29.93

2.56.52

10.1

 

Om 7uur staan we – na een niet zo lekkere slaap - op.  De tenten worden afgebroken, vanaf nu een tweedagelijks ritueel. 

 

Benny:” Terwijl wij ons klaarmaken, zorgt Gerda voor de ontbijttafel.  Het ontbijt is de 4 sterren-camping waard.  Gerda en Paul vallen als gezelschap erg mee!  Laat ons duidelijk zijn…. Peter en Luk zijn aangenaam verrast door de gemoedelijkheid en behulpzaamheid van onze ‘metgezellen’.”

 

Om 9.30 uur wordt het startschot gegeven.  Na vijf jaar denken, dromen, vrezen, …. eindelijk realiteit.  We krijgen er kippenvel van….

Vandaag moeten we de Pyreneeën, die we gisteren dreigend zagen opdoemen, overwinnen.  De eerste 10 kilometers gaan vrij vlot. We rijden door een prachtig dal met klaterende beekjes.  Onderweg komen we onze eerste fietspelgrim tegen.  Met een duidelijk duimgebaar wenst hij ons succes. 

 

Luk:’Ik voel dat de Camino begonnen is.  Ik wacht aan de Spaanse grens op Peter en Benny.  Ik ontmoet een vriendelijke hond die me gedag komt zeggen.  Maar wanneer Peter en Benny arriveren, blijkt de hond toch niet zo vriendelijk te zijn.  Hij springt tegen Benny op en vertoont een typisch chauvinistisch Frans gedrag.  Ik ben te ver weg om onze buzzer (afweer tegen honden) te gebruiken.  Vloekend en stampend doet Benny de hond verdwijnen.

 

De laatste 20 kilometers zijn zéér zwaar.  Met een paar zeer steile klimmen laat de berg ons zijn beste zijde zien.

 

Peter: ’Ik heb regelmatig tegen mijn limieten aangereden.  Vooral de laatste helling (16,3%) is  zwaar.  Heel in de verte zie ik het kruis opdoemen van de top (1480m). Luk en Benny staan me daar op te wachten.  Zonder te forceren klim ik naar boven  waar ik een deugddoend applaus krijg van Luk en Benny.  Ik heb zeker 5 minuten nodig om van de inspanningen te bekomen.  Zwaar hijg ik nog na….’

 

Luk: ‘De bochten blijven elkaar opvolgen.  Telkens als ik denk, nu ben ik er, tovert de berg een nieuwe én steilere bocht.  Na 10 km klimmen wacht ik de anderen op.  Ze vinden het erg zwaar, maar zetten door.  Het wordt warmer naarmate de klim vordert.  Kleine watervalletjes en het mooie groen doen mij de steile klim even vergeten.  Na een 5-tal km besluit ik een momentje in de schaduw te rusten.  Het doet mij deugd.  Flink wat water en een mueslireep gegeten. In de dieperik zie ik Benny en Peter fietsen.  Ik wacht hen op in de schaduw.  De klim valt tegen en lijkt nooit te stoppen.  Na 16km klimmen wacht een stuk van 22,5%.  De natuur is stil en prachtig.  Telkens als ik stop, hoor ik niets.  De stilte lijkt eindeloos.  Een paar wielertoeristen vlammen me voorbij, maar na twee bochten staan ze te puffen in een schaduwplekje. Na een tweetal uur klimmen en zwoegen zie ik plotseling een kerkje met een groot kruis. Na een zeer steile klim van 300m aan 16,3 % ben ik er.  Tot mijn verbazing blijkt dit de top te zijn.  Ik zie voor het eerst wandelaars die de berg langs een kam bestijgen.  Aan het kerkje, dat gesloten is, staat een groepje toeristen fietsers op te wachten.  Telkens er één van hen binnenkomt, klinkt er een hels applaus.  Voor mij hebben ze geen applaus over….  Het weer boven op de top is prachtig.  Ik wacht op Benny, die een paar minuten later arriveert.  Peter komt iets later.’

 

Op de top bezoeken we het monument van Roeland, de trouwe dappere soldaat van Karel de Grote.  We genieten van het prachtige uitzicht en verbazen ons erover dat we boven zijn geraakt. We ontdekken naast het kerkje heel wat zelfgemaakte pelgrimskruisjes.  Benny fabriceert het onze.  Hopelijk brengt dit kruisje ons geluk.  Onze Camino is nu echt begonnen.

 

Luk: “ In de boeken over de camino valt het meermaals op dat het uitzicht op de top vaak mistig is. De fietsers klagen over de koude en de nattigheid. Wij hebben een prachtig uitzicht over de dalen en de dorpjes die onder ons liggen. We hebben heel wat geluk. Het is adembenemend.”

 

De afdaling van 2km naar Roncesvalles (962m) gaat zinderend snel.  Om 13.30u. vliegen we het dorpje binnen.  We gaan dadelijk op zoek naar een hotel. Peter haalt voor het eerst zijn school-Spaans boven. Hotel La Posada , gerund door het plaatselijk klooster, blijkt een goede keuze.  Voor 7500 peseta’s krijgen we een ruime kamer.  We wanen ons in een luxehotel.  Wanneer we onze fietsen gaan stallen, ontmoeten we een ouder Nederlands echtpaar dat de Camino rijdt met een tandem.  Ze blijken door hun beste krachten heen te zitten. Ze zijn vertrokken uit Nederland en zijn al een paar weken onderweg.  Het weer viel tegen, de wegen waren meer golvend dan vermeld in de gids, kortom…het was niet dat geweest waarover ze gedroomd hadden.  De man draagt een indrukwekkende zwachtel.  Ze willen verder rijden want ‘er is toch niets te zien en te beleven’. Peter overtuigt hen te blijven voor de pelgrimsmis met klassieke zegen.  ’s Avonds hebben we nog naast hen gezeten in de mis. 

Nadat we ons geïnstalleerd hebben in het nette hotelletje (de douche was heerlijk), besluiten we het dorpje te bezoeken.   Buiten ontmoeten we een Belgische familie uit Kortenberg.  Ze fietsen in 3 jaar naar Santiago.  Voor hen is Roncesvalles het eindpunt van het tweede gedeelte.  Volgend jaar zouden ze dan naar Santiago fietsen.  Ze wensen ons veel geluk.

We gaan naar de refugio voor een stempel.  Deze blijkt gesloten te zijn en gaat pas open om 16.00u. We krijgen honger.  We picknicken op het grasveld voor de abdij.  Een bocadillo  met een tas koffie, geprepareerd op het vuurtje van Benny.

 

Benny: ‘Ik bel naar Lydia.  Ze vertelt me dat Vake met hoge koorts bij ons thuis is geweest.  Ik ben er niet gerust in.  Ik zal straks maar eens terugbellen.’

 

We bezoeken het kerkje.  Er staat in een zijbeuk een mooie Sint-Jakob. 

 

Luk: ‘Ik stel bij het binnenkomen van de kerk vast dat er een muntapparaat hangt.  Telkens als je er geld in stopt begint de binnenverlichting van de kerk te werken.  Een leuk en creatief idee om te besparen op je energiekosten!’

 

Voor de refugio staan ondertussen heel wat pelgrims te wachten voor hun stempel.  We sluiten aan en moeten eerst een formulier invullen.  Er wordt gevraagd naar onze beweegredenen om de tocht te doen.  Dan ontvangen we eindelijk onze stempel van een vrouw die Nederlandse blijkt te zijn!

 

Luk:”Wanneer Peter zijn stempel krijgt, trek ik een foto van hem. Een man wordt plotseling boos en gebaart dat dit verboden is. Ondertussen ben ik  eigenaar van een  zeldzame foto !”

 

 

 

 

Om 17.00u houden we platte rust.De dagboeken worden bijgewerkt.  Van Benny krijgen we een magnesiumoplossing te drinken om te recupereren.  Na de rust bezoeken we het kerkhofje voor pelgrims.  We mogen niet binnen maar we zien wel dat de graven mooi versierd zijn met verse bloemen.  Nadat Luk en Benny de eerste souvenirs gekocht hebben, gaan we terug naar onze kamer.  Op Peters wereldradio horen we dat België onder een regenwolk bedekt blijft.  Wat een contrast met hier!

 Pyrenees Roncesvalles

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om 19.00 u. gaan we naar de mis. Er is een massa volk, waaronder minstens 135 pelgrims. We nemen plaats op de eerste rij naast de Nederlander, die er heel wat beter uitziet dan de eerst keer.  9 priesters komen al zingend de kerk binnen.  Iedereen is stil en geniet van hun gezang.  Al de pelgrims worden met hun nationaliteit verwelkomd.  Als we onze nationaliteit horen, zijn we best fier!  Maar onze tocht begint nog maar pas.  Onze fierheid bewaren we verstandig voor later.  Wanneer we de hostie gaan halen, knielt een Spaanse pelgrim statig neer.  We denken achteraf dat hij heel wat op zijn kerfstok moet hebben.  Zoveel devotie zijn we in België niet meer gewoon.  Na de dienst roept de priester al de pelgrims naar voor.  We ontvangen de pelgrimszegen voor een veilige tocht.  .  Een fijn moment.

We krijgen het gevoel deel uit te maken van een grote groep mensen met hetzelfde doel.  Dit groepsgevoelen doet ons wel wat.

Na de mis begeven we ons naar de telefooncel.  Het doet ons goed het thuisfront te horen…het gemis blijft.  Vlug haasten we ons naar hotel Sabrina om onze pelgrimsmenu (1000 peseta’s) te consumeren. Heel wat mensen staan te wachten.  Als we binnenkomen staan de tafels al gedekt.  Aan onze tafel wordt een Parisienne gezet, die de hele camino alleen doet.  Straffe toebak.  Wanneer Peter in zijn beste Frans vraagt wat haar beroep is, antwoordt ze: ‘Coördinateur’. ‘Ah’ antwoordt Peter ‘une chanteuse!”  Hij verstond ‘Comme Tina Turner’.  Ze kijkt heel verrast.  Heisa alom.  Wijselijk besluit Peter hier niet verder op in te gaan. Ze voelt zich duidelijk onwennig – wij trouwens ook- en probeert aan het gesprek deel te nemen.  Het is voor de eerste keer dat ze de Camino onderneemt.  Voor onze soep, onze forel, ons ijsje en wijn betalen we met plezier 1000 peseta’s per man. Na een lekker slaapmutsje op het terras – we kunnen ondertussen onze fleece goed gebruiken – gaan we slapen.  Het slapen verloopt voor Luk geweldig...  De hele nacht hebben Benny en Peter mogen genieten van zijn gesnurk!

Benny kon de slaap niet vatten o.w.v. een pijnlijke knie.  Het halve slaappilletje helpt hem niet echt.  Peter kan moeilijk inslapen o.w.v. de zenuwen. 

 

Peter: “Ik heb de eerste klim niet goed verteerd en vrees de volgende dagen.  Ik zwijg hierover en lees onrustig in mijn boek. Hoe zal het morgen verder gaan?

 

Luk: ‘Ik draai me om, laat de dag even als een film voorbijgaan, mis het thuisfront en slaap in…’

13:05 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-02-06

dag 2

Zaterdag 29 juli

De tocht naar

Saint-Jean-Pied-de-Port (dag 2)

 

Rond de middag bellen we naar huis om te melden dat Bordeaux in zicht is en…ook een reuzenfile.  Alle Fransen gaan op vakantie met een aanschuiftijd van 2 uur als beloning.

Als we door de Landes rijden, passeren we twee bepakte fietsers.  We vragen ons af of zij op weg zijn naar Compostela.  De Camino nadert….

De reis gaat ondertussen verder en de laatste loodjes….. Onderweg zien we een vrouw met fiets op weg naar Compostela.  Ze ziet er niet uit en zelfs een wielerleek kan haar tempo volgen.  We kijken elkaar aan en zeggen wijselijk niets.  Het kan ons de komende dagen ook overkomen.  Terwijl het in België pijpenstelen giet, rijden wij het goede weer tegemoet.  Het is lekker warm en de zon doet zijn best.

Om 16.15u. arriveren we eindelijk in Saint-Jean-Pied-de Port.  Het is er heel druk.  We vinden een rustige camping met zwembad. Het is er heel netjes!  Na alles geïnstalleerd te hebben, fietsen we naar Saint-Jean-Pied-de-Port.  Kwestie van de spieren los te rijden.  Paul en Gerda rijden met ons mee.  Net voor het stadje bemerken we een wegwijzer die de camino aanduidt.  De weg naar Roncesvalles gaat steil omhoog.  We hebben in België wel wat geoefend op golvend terrein, maar dit boezemt ons wel een beetje angst in.  Het echte werk wacht morgen op ons.

Het stadje is mooi.  Met zijn oude kerk, smalle straatjes, riviertje en een oude brug doet het ons denken aan een stadje uit de folders.  Veel toeristen wandelen rond en sommige van hen bewonderen onze fietsen.  Op het eind van het steil, smal straatje bemerken we voor het eerst een refugio.  De wandelschoenen en stokken staan netjes op een rij in een kleine gang.

 

Iets verderop halen we een stempel bij de Sint-Jacobsvrienden.  We worden er joviaal ontvangen door een vrolijke man, een soort goedlachse magere Fernandel.  Vrolijk zet hij een stempel op onze brief en probeert ons nog wat gadgets aan te smeren.  We kopen een pin van ‘les amis du chemin de Saint-Jacques’ en spellen deze trots op onze fietstassen.  We voelen ons al iets meer pelgrim…..

 

 

 

Luk:”Wanneer ik vraag hoe het weer de komende dagen in Spanje wordt, antwoordt hij:’ Koop een Spaanse krant. Hij gaat verder: als ik het weer in Leuven wil weten dan koop ik toch ook een Belgische krant.’ Rare humor hebben die Fransen. Ik zwijg verstandig”.

 

Daarna gaan we op een terrasje lekker eten. (Baskische kip, paella, ....)

We nemen de fietsen en rijden terug naar de camping.

Rond tien ritsen we de tenten dicht en proberen te slapen.  Op naar Roncesvalles!  We zullen onze slaap goed kunnen gebruiken.

 

Peter: “Nu lig ik in mijn tent en ben vrij optimistisch voor morgen.  Het moet lukken (remember 5 jaar geleden….)!  De Pyreneeën moeten er morgen aan geloven!  Het duurt even voor de slaap komt.  Ik mis het thuisfront erg….”

 

Luk: “Ik hoor in mijn tent nog het nieuws op de wereldradio, die vanuit Peters tent galmt.  Het weer in België is rotslecht.  Ik bel vlug naar huis om te informeren of alles goed is.  Het thuisfront klinkt optimistisch.  Het geeft me een goed gevoel. 

Na een uurtje woelen vind ik de slaap.  Peter en Benny slapen iets eerder in…. 

 


 

santiago 2

 

20:54 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-02-06

dag 1

Vooraf....

Luk:”Toen mijn broer Peter op een mistige dag de beslissing nam om een fietsreis te ondernemen naar Compostela, was ik verwonderd. Wat was zijn doel, wat was zijn bedoeling, waar wilde hij heen?  Ik weet nu nog steeds niet wat zijn motief was; maar hij ging ervoor! Peter verkocht zijn oude ‘Batavus’ voor een prikje aan mij en schafte zich een nieuwe fiets aan. Was dit al een teken voor onze latere reis samen?  God mag het weten! Nauwgezet volgde ik hem op zijn voorbereidingen. Als een volwaardige pelgrimsreiziger bereidde hij zich optimaal voor. Het allerbeste materiaal werd aangeschaft. Ik herinner me nog steeds het moment toen Peter vol trots zijn nieuwe fiets kwam tonen. Wekenlang bereidde hij zich voor met fietstochten in weer en wind. Ik hield hem op een paar tochten gezelschap. Ik had enorm veel respect voor hem en stiekem wilde ik in mijn binnenste wel mee. We gingen zelfs twee dagen fietsen in het Eifelgebergte (Duitsland) om Peters benen te testen in het hooggebergte. Tot de dag gekomen was om te vertrekken. Héél wat vrienden en familie kwamen Peter uitwuiven aan de abdij van Averbode. Om Peter te steunen fietste ik de eerste dag met hem mee tot Dendermonde. Ik denk dat ik één van de redenen was waarom Peter de volgende dag de tocht voor bekeken hield. Mijn spaken plooiden op weg naar Heist-op-den-berg en na Mechelen kreeg ik een lekke band. Omdat we geen fietsmakers waren, leverden die problemen heel wat moeilijkheden en gevloek op. Na heel wat gesukkel reden we Dendermonde binnen. We gingen een kerkje bezoeken. Toen ik Peter erop wees dat zijn fiets niet op slot was, antwoordde hij: ‘ik zou het niet erg vinden dat mijn fiets gestolen wordt, dan kan ik morgen tenminste weer naar huis.’

De volgende dag stond Peter inderdaad bij mijn deur om zijn thuiskomst te melden!  Ik begreep hem wel maar vond het toch wel spijtig. Een jaar later, na overleg met mijn vrouw Tine, stelde ik Peter voor om samen de tocht te ondernemen. Hij geloofde me niet echt, maar na wat aandringen besloten we de tocht in het Heilig Jaar 2000 te doen. Wanneer een vriend van Peter, Benny, ook meewilde, startten onze voorbereidingen op de Camino in 1996.

Na onze tocht naar Santiago begrijp ik hem veel beter. Ik zou deze tocht ook nooit in mijn eentje aankunnen. Op onze tocht waren we nooit alleen. Je hebt de steun van elkaar. Al was het maar om even te klagen over het weer. Het was een grote ervaring.”

 

Peter:’In 1995 deed ik een poging  om alleen richting Santiago te fietsen.  Het liep uit op een mislukking wegens té alleen, heimwee,  enz….   Ik had mijn dromen opgeborgen tot….  Op een zondag liet Luk, mijn broer, blijken dat hij wel ‘zin’ had in zo’n tocht naar Santiago.  Toen bleek dat hij dit ernstig meende, werd ik stilaan enthousiast en stelde voor om in het jaar 2000 te gaan.  Afspraken werden gemaakt.  We spaarden maandelijks een bedrag van 500 BEF… Enkele weken later sprak ik erover met mijn vriend Benny.  Benny, die sinds mijn vorige poging heel veel interesse had voor de tocht, wilde dadelijk mee.’

 

Peter nam de praktische voorbereiding van de tocht voor zijn rekening. Hij stippelde de route uit, zocht info i.v.m. hotels, campings…  Ook volgde hij avondschool Spaans.  Benny bekommerde zich om het technische gedeelte.  Hij verdiepte zich in de geheimen van de fiets.  Van zijn schoonbroer kreeg hij  geneesmiddelen.  Voor elk kwaaltje toverde hij het passend middeltje tevoorschijn.  We voelden ons in goede handen! Luk bekommerde zich om het financieel gedeelte van de tocht.  Zoals een goede huisvader betaamt, zorgde hij dat we ruimschoots toekwamen.

Tijdens de jaren die volgden, werd er materiaal (fietsen, fietszakken, kleding, tenten, …..) aangekocht en werden we lid van het Vlaams Genootschap (kwestie van een geloofsbrief vast te krijgen). Benny en Peter gingen met hun zonen elk jaar op fietstocht.  Zo werd het materiaal getest en kregen we meer ervaring in het op reis gaan met een fiets. Het laatste jaar maakten we samen, elke zondagvoormiddag, sterk doorgedreven fietstochten van ongeveer 50km.  Hoe meer augustus 2000 naderde, hoe reëler de tocht voor iedereen werd.  Zeker voor de echtgenotes!!  Eén probleem bleef bestaan. O.w.v. de tijd werd Saint-Jean-Pied-de-Port als startpunt gekozen.  Hoe daar geraken??  Eerst werd gedacht aan een collega van Peter.  Etienne was bereid ons te brengen en te halen. Maar echt concreet werd dit nooit, trouwens de auto van Etienne was niet geschikt….  Toen Benny erover sprak met zijn nonkel Paul, was die dadelijk enthousiast.  We zouden hem 40.000 BEF ter beschikking te stellen om ons te brengen en te halen.  Dit was, zo vonden we toch, voor beide partijen een gunstige regeling.  Paul ging op zoek naar een mobilhome, maar de prijzen bleken te hoog.  Ten einde raad besloot Paul zelf een mobilhome te bouwen! Hij kocht een oude bestelwagen en een caravan.  Het knutselen kon beginnen.  Wat Paul er uiteindelijk van maakte was prachtig.  Op het laatste moest hij, bij wijze van spreken, dag en nacht werken, maar hij geraakte klaar.  Voor de reis, gingen Paul en echtgenote Gerda proefrijden in … Spanje! 

 

Luk:”Een jaar voor onze reis begon, kwamen we een paar keer samen bij Benny en Peter. Peter stelde de reisroute voor, ik schetste de financiële situatie en Benny studeerde fietsologie. Peter verzamelde héél wat naslagwerken en het lezen ervan kon beginnen. Ondertussen surften we op het internet om ervaringen van andere pelgrims te lezen. We stelden vast dat er op het internet heel wat degelijke en interessante informatie te vinden is. Tijdens de laatste vergadering, met Pol en Gerda, kwam de camino wel heel kort bij. We stelden ons heel wat problemen voor en bespraken samen hoe we deze konden oplossen. Onze honger steeg. Nog vier weken en onze tocht kon beginnen.”

 

Zo stopte aan de Russelenberg op vrijdag 29 juli een prachtige mobilhome….  Het avontuur kon beginnen……  Benny (Raleigh), Luk (Giant), Peter (Giant) en Paul en Gerda (enthousiaste begeleiders) waren  er klaar voor.

 

Vrijdag 28 juli 

De tocht naar Saint-Jean-Pied-de-Port (dag 1)

 

 

Benny:’Paul en Gerda kwamen langs om 21.00u.  Daarna zouden we Peter en Luk oppikken.  Tot mijn grote verrassing kwamen heel wat familieleden mij uitwuiven.  Wuivend vertrokken we naar Looi….’

 

Peter:’We hadden afgesproken op de Russelenberg om 21.30u. Om 18.00 u. gingen Myriam en ik  zoon Jan afhalen op zijn vakantiewerk.  Als afscheid gingen we samen iets eten. Maar de maaltijd liet op zich wachten, zodat we er doodzenuwachtig van werden!  Na het eten vlug naar huis, pakken naar beneden gesleurd, spiegel opgehangen in de slaapkamer (de schilder was die dag pas klaar….), en daar waren Luk, Tine en Wardje al.’

 

Om 21.15u. stoppen Paul, Gerda en Benny met de mobilhome.  Benny is al afgehaald en zijn pakken zijn reeds in de wagen.  Alles wordt ingeladen, de fietsen op de mobilhome geïnstalleerd (waar er problemen zijn met de fiets van Peter!).  Iedereen is stil en zenuwachtig.  Donkere wolken dreigen in de lucht.  Gerda hanteert de videocamera.

Afscheid nemen valt ons zwaar. Zelfs Ward realiseert zich plots dat zijn Papa weggaat….

 

Luk: ‘Ward beseft dat zijn papa een tijdje weg is.  Als hij ziet dat mijn fietstas ingeladen wordt en dat mijn fiets achter de mobilhome wordt gemonteerd, begint hij stilletjes te wenen.  Hij laat me niet los.  Ik troost hem en zeg dat papa vlug weer thuis is.  Ik kijk Tine aan en na een korte tijd beseffen we dat de tocht naar Compostela echt begonnen is.’

 

Peter:’Jan loopt nog even achter de wagen aan; ik zie nog een glimp van hem;  het afscheid is definitief…  Dit gaat me niet goed af.’ 

 

Er heerst stilte in de mobilhome, de sfeer is niet echt….  Iedereen zit nog met gevoelens van afscheid….  Deze moeten eerst verwerkt worden. Dit proberen we door te ‘kwajongen’. Een kaartspel dat Benny ons aanleert.  Pol rijdt over Diest.  De regen gutst uit de hemel.  Bliksemstralen begeleiden ons naar Brussel.  Later die avond krijgt Peter het bericht dat een bliksemstraal zijn woning heeft getroffen en zo zijn telefoon voor een paar dagen heeft stuk gemaakt.  Een voorteken of toeval? 

 

Peter: ‘Ik vind het alleszins hallucinant.  Gelukkig blijken Myriam en Jan alles onder controle te hebben.’

 

Pol besluit over Mons, Parijs en Bordeaux te rijden.   Om 22.00 u. beslissen we te gaan slapen.  De tafel in de mobilhome wordt omgetoverd in een tweepersoonsbed. Wat een luxe!  Benny en Luk slapen hierin.  Peter neemt zijn matje en gaat op de grond liggen.  Paul en Gerda zouden de nacht doorrijden. 

 

Peter: ‘Ik slaap heerlijk.  Eenmaal word ik even wakker tijdens een file in Parijs…. Nu ik mijn ogen voor de tweede keer opendoe is het al 9.00 u. ’s morgens!’

 

Luk: ‘Benny en ik staren wat rond, zoeken een geschikte slaaphouding, maar de slaap komt niet.  Het is wel raar.  Tine en Ward thuislaten.  Ik begin hen al te missen.  Rond 01.30u. hoor ik Pol vloeken: file op de ring van Parijs.  Het is goed halfdrie als we weer goed kunnen doorrijden. Na een sanitaire plasstop vind ik eindelijk de slaap.’ 

 

We slapen tot 9.30u. en stellen met vreugde vast dat we net voorbij Poitiers zijn.  Het is nog steeds bewolkt.

 

santiago 3

 

22:15 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Vorige 1 2 3 4 5